Veilige woonhaven?
Sociale woningbouw, daar hadden we het een tijdje geleden ook nog over. Over het feit dat sociale huurders ook rechten hebben. Naast de meer dan normale plichten op gebied van hygiëne en melding bij eventuele mankementen. Ook de sociale woonmaatschappij heeft plichten, enkel al door simpel te reageren op een vraag van de klant, de sociale huurder. Soms is laten voelen dat er rekening gehouden word met een vraag al genoeg om de boel te sussen.
Nu zijn er veel huizen die hun houdbaarheidsdatum voorbij is. Men heeft dan een aantal oplossingen. Of men renoveert of men breekt het boeltje af en zet nieuwere en modernere woningeenheden. En dan is er de andere oplossing: men probeert de huizen een mooier uitzicht te geven zonder een echte oplossing te geven aan de problemen die er zijn of waren. En dan komen e problemen terug van waar ze kwamen… terug vochtproblemen, schimmelvorming, lekken omdat de aannemer niet de juiste materialen gebruikte of omdat er foute beslissingen genomen werden.

Zo zijn er op de wijk Stuyvenberg (1), in Hoboken beter gekend al “don boscowijk”veel fouten gebeurt. Zo is men in één bepaalde straat al jaren bezig om te renoveren. Nu is dat het gevolg van een bouwbedrijf dat niet helemaal volgens de regels werkte en naderhand gewoon de boeken toedeed en een stukje de fout van de woningmaatschappij. Ondertussen staan wel duizenden mensen te wachten op een sociale woning. En moeten de tienduizenden klanten van de maatschappij de regels wel volgen. Het is zelfs zo dat als je een beetje modern wil leven in een huis in die wijk je zelf moet investeren of er is niets of weinig. Zo hebben de meeste woningen geen centrale verwarming en moeten ze een gaskachel aanschaffen (10 = de plaats waar de kachel moet staan). Vroeger kon je die huren bij de maatschappij IVEG, nu ben je verplicht van zo een toestel aan te kopen. En daar verwarm je dan enkel de living mee, de kleine badkamer (12) moet je dan met een elektrisch toestel zien op te warmen als je jezelf wil wassen.


Over elektriciteit gesproken. De woning die mijn ouders huurde sinds de jaren ’60 had geen elektriciteitsnet met een wettelijke aarding (2+9). Mijn ouders hebben dat zelf laten doen door een vakman. Een aardpin in de grond en dan een extra leiding naar de (kleine) badkamer om daar een wasmachine en droogkast te kunnen aansluiten. Ook in de keuken werden stopcontacten bijgeplaatst (3+13) om de nodige moderne keukenmachines veilig te laten draaien. En dit allemaal oogluikend toegelaten door de toenmalige directie van de maatschappij.


Toen het plafond begon af te brokkelen hadden mijn ouders de keuze: Of men kwam heel het huis overhoop zetten en de oude bezetting verwijderen en nieuwe aanbrengen of op eigen kosten een houten plafond steken in duurzame materialen. Het plafond is na al die jaren nog even mooi, de maatschappij zal gelukkig zijn J. Later begonnen de vloertegels los te komen. Weer kwamen de techniekers van het toenmalige beter Wonen met een oplossing. Ze zouden de hele vloer uitbreken met alle stofhinder tot gevolg en dan kon de huurder er vasttapijt opleggen… Of men ging te werk met égalizé (het gelijkmaken) en zou alle putten wegwerken. De huurder mocht dan voor vloerbedekking zorgen, op eigen kosten weliswaar. Mijn ouders hebben toen gekozen om er onverslijtbaar (’t is echt!) vasttapijt op te leggen, genre van wat ze gebruiken in premetrostations en zo.


Nog een beetje later begon men met een aanbouw te zetten, verschillende buren hadden al een soort van veranda en pa wou niet achterblijven. Oogluikend liet Beter Wonen ook dit toe en pa bouwde met behulp van de buren (dat ging zo in die jaren) een stevige veranda met hoogwaardige materialen (4). Ondertussen staat die veranda er al jaren zonder problemen en liggen er ondertussen al tegels in die het geheel gezellig hebben gemaakt in het voor en najaar wanneer de zon deze ruimte lekker opwarmde.

Ook de tussentuinen, de ruimten tussen de huizen waar ik in mijn jeugd verstoppertje speelde en doktertje, moesten verdwijnen wegens te veel aan onderhoud. Jaren stonden er containers om het afval van de woningmaatschappij in te kieperen, iets waar klein Hoboken ook gebruik heeft van gemaakt want na een tijdje kon iedereen er binnen en buiten rijden… Later besliste men om een stuk van deze binnentuinen te ‘schenken’ aan de huurders van de aanpalende huizen. Voorwaar een goede zaak, want wie wil er geen grote tuin om in te vertoeven? Adder(tje) onder het gras was wel dat de huurders de omheining van hun vergrote tuin (5)zelf mochten betalen, een kleine 400 €, 16000 oude Belgische franken.

Nieuwe ramen werden gestoken, dat was wel nodig want op sommige plaatsen kon je in de oude gewoon je vinger buitensteken. Nieuwe deuren, enkel de buitenkant want binnen dat ziet toch niemand… Maar geld om een rolluik op de nieuwe ramen te zetten en zo de huurders minder energie te laten verbruiken was er niet. Mijn ouders hebben dan uit eigen zak een rolluik laten plaatsen (6), zo ook enkele andere buren. Ramen vervangen, maar weer geen geld om de dakgoten en ander overgebleven houtwerk te schilderen (7+11). Als de veelal bejaarde bewoners een geschilderde dakgoot wilden, moesten ze zelf maar op de ladder om een likje verf te zetten op het vergane hout.



En nu vandaag maandag mag ik de sleutel van mijn ouderlijke woonst (8) overhandigen aan de verantwoordelijke van de firma Woonhaven. Ik kreeg als oudste zoon een brief wat er allemaal in orde moest zijn. Het huis moest leeg zijn, alle behang van de muren en alles moest in originele staat terug gebracht worden. Wel, het huis is leeg maar het behang hangt er nog, de houten plafonds zijn er nog steeds en de veranda blinkt zoals het hoort. De vloerbedekking beneden heb ik ook gelaten waar ze was want door de prima herstelling jaren geleden liggen de onderliggende stenen terug los.

Het huis van mijn ouders gaat leeg blijven tot de afbraak zal beginnen. De man die de ‘staat’ kwam opmaken was trouwens zeer tevreden, hij had geen opmerkingen…
Kaalslag: een officiële reactie: Hetgeen wordt afgeschilderd door enkele bewoners als onkunde en kaalslag, heeft wel verschillende maanden intens denkwerk en planning gekost. Het enige dat ons verweten kan worden is dat we in snelheid zijn genomen, maar ook hier is eigenlijk een uitleg voor dat ons ettelijke duizend euro's bespaard. Maar dat leggen we wel eens uit als't past. Ik (Johan Felix) ben vrijdag naar Kleine Heide geweest en geloof me, er hebben er meer tegen mij gezegd dat dit beter en veiliger is dan al die struiken waar men zich kan achter schuilen. Maar goed, de burger had eerst geïnformeerd moeten zijn, zonder twijfel. Omvorming van bestaande plantsoenen, hetzij naar gras, hetzij naar een (totaal) andere beplanting doen we met een reden. Eén daarvan is het uitzicht: veel plantsoenen, vooral die met heesters die tientallen jaren geleden zijn geplant, zijn niet meer mooi. De struiken zijn wat kaal, er zit geen vorm meer in, er zijn weinig bloemen, geen structuurvariatie …). Het is natuurlijk relatief. Een tweede, zeer belangrijke, is de onderhoudbaarheid. Wij gebruiken geen chemische bestrijdingsmiddelen meer, dus moet veel mankracht worden ingezet om de beplantingen enkel maar onkruidvrij te krijgen. In overeenkomst met het stappenplan pesticidenreductie (zoals aangegeven door de Vlaamse overheid) vormen we dus een aantal plantsoenen om. Gras is natuurlijk makkelijk: gewoon inzaaien en afrijden, deze omvormingen geven op korte termijn veel resultaat. De langetermijnsomvormingen met vaste planten worden zo gekozen dat ze de volledige bodem snel bedekken en dat onkruid dus geen kans krijgt. Het ontwerpen van een goede plantencombinatie vraagt echter wat kennis en tijd en dus duren deze omvormingen wat langer. Er wordt een aanzienlijk, maar uiteindelijk toch relatief klein aandeel van de heesters/struiken naar gras omgevormd. Een deel van die omvormingen is tijdelijk (LT omvorming naar vaste planten komt in de meerjarenplanning). De grootste oppervlaktes zitten op Klein Heide, een gebied dat we recent overkregen van de sociale woningmaatschappij en totaal verwaarloost is. Waar men wel voor op zijn achterste poten zou moeten staan zijn de voortuintjes van de gebouwen zelf. Moet jij je eigen voortuin niet onderhouden ook als huurder? Maar we begrijpen het, het is een heel rare toestand en we zullen het met de groendienst en Woonhaven gaan bekijken. En als laatste, wil men een mooi en verzorgd Hoboken, wel, men kan geen eieren bakken zonder de schelp te breken, dus geef ons gewoon de kans om onze plannen te realiseren. Johan Felix, districtsvoorzitter en verantwoordelijk voor groen.








